Een medewerker werkt alleen als hij zijn werk doet buiten het zicht en gehoor van anderen, zonder dat hij direct hulp kan inroepen. Bij een ongeval of onwel worden is er dan niemand in de buurt die hem kan helpen of alarm kan slaan.

Tijdelijk of permanent

Alleen werken is niet altijd een vaste situatie. Het kan permanent zijn, zoals bij een nachtbewaker of een chauffeur, maar ook tijdelijk: de laatste medewerker die het gebouw afsluit, de monteur die een klus alleen afmaakt, of de kantoormedewerker die in het weekend doorwerkt. Juist die tijdelijke situaties worden vaak over het hoofd gezien.

Waarom het risico groter is

Alleen werken maakt een ongeval niet waarschijnlijker, maar de gevolgen wel ernstiger. Zonder snelle hulp kan een val of een hartprobleem veel zwaardere gevolgen hebben. Ook agressie en psychische belasting spelen een grotere rol.

De verantwoordelijkheid van de werkgever

De Arbowet noemt alleen werken niet apart, maar verplicht de werkgever wel om alle risico’s van het werk te beoordelen en te beheersen. Alleen werken hoort dus thuis in de RI&E, met passende maatregelen in het plan van aanpak. Lees meer over de wettelijke verplichtingen van de werkgever.

Passende maatregelen