Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) beschermen medewerkers tegen risico’s die niet op een andere manier kunnen worden weggenomen. Ze zijn het sluitstuk van het veiligheidsbeleid: eerst de bron aanpakken, dan collectieve maatregelen, en pas daarna PBM.
De soorten
- Hoofd: veiligheidshelm, stootpet.
- Ogen en gezicht: veiligheidsbril, gelaatsscherm.
- Gehoor: oordoppen, oorkappen.
- Ademhaling: stofmasker, filtermasker, ademluchtapparatuur.
- Handen: werkhandschoenen, snijbestendige of chemicaliënbestendige handschoenen.
- Voeten: veiligheidsschoenen en -laarzen.
- Lichaam: beschermende kleding, signalisatiekleding, valbeveiliging.
Wanneer zijn PBM verplicht?
Het Arbobesluit (hoofdstuk 8) verplicht de werkgever om PBM te verstrekken als risico’s niet op een andere manier voldoende kunnen worden beperkt. Welke middelen nodig zijn, volgt uit de RI&E.
Verplichtingen van de werkgever
- geschikte PBM kosteloos verstrekken;
- zorgen dat ze goed passen en in goede staat zijn;
- uitleg geven over het juiste gebruik;
- toezien op het gebruik.
Verplichtingen van de werknemer
De werknemer moet de verstrekte PBM correct gebruiken en na gebruik goed opbergen. Hij meldt schade of gebreken aan de werkgever.
En het alleenwerkersalarm?
Een alleenwerkersalarm is geen PBM in de strikte zin, maar vult ze aan: waar PBM een ongeval proberen te voorkomen, zorgt het alarm dat er snel hulp komt als het toch misgaat. Lees meer over het alleenwerkersalarm.