Een alleenwerkersalarm is eenvoudig in gebruik, maar een korte training blijft nodig. Een medewerker die weet hoe het toestel werkt en wat er na een alarm gebeurt, gebruikt het correct en reageert rustiger in een noodsituatie. De Arbowet verplicht werkgevers bovendien om medewerkers voor te lichten over de risico’s van hun werk en de maatregelen die ze moeten volgen.
Wat hoort in de training?
- De risico’s van alleen werken in de eigen functie.
- De bediening: hoe slaat de medewerker alarm met de SOS-knop, en hoe annuleert hij een vals alarm?
- De automatische alarmen: wanneer gaat het toestel zelf af, bijvoorbeeld bij verlies van verticaliteit, en hoe moet het daarvoor gedragen worden?
- Het verloop na een alarm: de alarmcentrale neemt contact op, de medewerker beschrijft de situatie, zo nodig komt er hulp.
- Het dagelijks gebruik: opladen, controleren of het toestel werkt, meenemen bij elke dienst.
Groepstraining of individueel?
Een groepstraining is efficiënt bij de invoering van het systeem: iedereen krijgt dezelfde uitleg en kan vragen stellen. Een individuele toelichting is zinvol voor nieuwe medewerkers, voor wie een ander toestel krijgt, of voor wie extra uitleg nodig heeft. In de praktijk werkt een combinatie het best.
Toestellen met een app
Bij een smartphone met alarmfunctie, zoals de D-6100 of de D-6500, verdient de alarmfunctie extra aandacht. De medewerker moet weten dat de fysieke SOS-knop werkt zonder het toestel te ontgrendelen, en dat de alarmfunctie actief moet blijven.
Oefenen en herhalen
Een proefalarm laat zien of alles werkt, van toestel tot alarmcentrale. Regelmatig oefenen met noodsituaties houdt de kennis actueel. Zo wordt het alleenwerkersalarm een vast onderdeel van het dagelijks werk.