Een alleenwerkersalarm beschermt alleen als het ook elke dag wordt gedragen, geladen is en aan staat. Het echte werk begint dus na de aanschaf: het toestel een vast onderdeel van de werkdag maken.
Communicatie
Leg uit waarom het alarm er is: om de medewerker te beschermen, niet om hem te controleren. Een medewerker die het doel begrijpt, draagt het toestel eerder. Betrek medewerkers bij de keuze van het toestel.
Training
Zorg dat iedereen weet hoe het toestel werkt, wanneer het automatisch alarm slaat en wat er gebeurt na een alarm. Lees wat er in een training hoort.
Vaste gewoontes
- het toestel ophalen en aanzetten aan het begin van de dienst;
- het toestel dragen op de juiste plek, bijvoorbeeld aan de riem voor de valdetectie;
- het toestel opladen na elke dienst;
- storingen direct melden.
Opvolgen
Bespreek het gebruik regelmatig in het werkoverleg. Zijn er valse alarmen, dan kan de gevoeligheid worden aangepast. Wordt het toestel niet gedragen, zoek dan uit waarom: past het niet bij het werk, of zit het in de weg? Bij Doomap ziet u via de supervisie of de toestellen aan staan en geladen zijn.
Zo wordt het alleenwerkersalarm net zo vanzelfsprekend als veiligheidsschoenen of een helm.