Voor veel alleenwerkers is een toestel aan de riem de meest praktische keuze. Het zit niet in de weg, is altijd binnen handbereik en maakt de automatische detectie van een val mogelijk.
Waarom aan de riem?
De riem is een stabiele plek dicht bij het lichaam. Daardoor kan het toestel betrouwbaar herkennen of de drager rechtop staat of ligt. De functie verlies van verticaliteit werkt dan ook alleen als het toestel aan de riem of om de nek wordt gedragen.
Wat detecteert het toestel?
- Een val of een plotselinge verandering van houding.
- Langdurige bewegingloosheid, bijvoorbeeld bij bewustzijnsverlies.
- Een handmatig alarm via de SOS-knop, als de medewerker zelf hulp nodig heeft.
Deze automatische detectie is van groot belang als de medewerker bewusteloos is of de SOS-knop niet meer kan indrukken.
Wat gebeurt er na het alarm?
Het alarm gaat naar de alarmcentrale of naar een vooraf aangewezen contactpersoon. De operator probeert contact te maken via de luidspreker en de microfoon van het toestel en schakelt zo nodig de hulpdiensten in. Dankzij de GPS-positie weten die precies waar ze moeten zijn. Lees hoe de hulpverlening na een alarm verloopt.
Welke toestellen?
Bij Doomap worden onder meer de D-5000, de D-5500 en de ATEX-toestellen aan de riem gedragen. De meeste toestellen kunnen ook op andere manieren worden gedragen, bijvoorbeeld om de nek of met een polsband. Bekijk de verschillende soorten alleenwerkersalarmen.